Ellis (55) woont in mooie wijk in Assen, werkt bij de overheid en is moeder van twee volwassen zoons en oma van drie kleinkinderen. Ze heeft een lange geschiedenis met obesitas, behandelingen en operaties. “Ik deel mijn verhaal omdat ik het belangrijk vind dat mensen begrijpen dat het niet zo simpel is als ‘eet minder en beweeg meer’.”
Haar gewicht begon al vroeg een rol te spelen. “Ik was een bijna couveuse kindje. Vanaf mijn zesde zie je op foto’s dat ik snel aankwam. Met mijn zestiende woog ik honderd kilo.” Gepest werd ze niet. “Ik was groot en robuust. Dat werd geaccepteerd.” Wel werd ze aangesproken op haar gewicht. “Maar het werd vaak toegeschreven aan de puberteit.”
Op haar negentiende viel ze 25 kilo af met Modifast. Kort daarna raakte ze zwanger en stopte daarmee. “Na mijn eerste kind kwam er vijftig kilo bij. Dat gaat geleidelijk. Je wordt niet wakker met vijftig kilo extra. In de tijd werden de kledingmaten steeds eentje groter.”
Angst
Op het hoogtepunt woog Ellis 170 kilo. Ze bleef bewegen, fietsen, dansen maar trok zich sociaal steeds verder terug. “Ik was bang om te vallen. Bang dat ik niet meer overeind geholpen kon worden. Of dat ik niet in een kist zou passen als ik zou overlijden. Dat klinkt extreem, maar dat soort gedachten krijg je.”
In therapie ontdekte ze dat ze een eetstoornis had. “Dat wilde ik eerst niet aannemen. In mijn hoofd had ik geen eetstoornis, want ik at ’s nachts geen potten chocopasta leeg. Maar ik at stiekem. Eten was een manier om niet te voelen.”
Ze probeerde meerdere trajecten: diëtisten, sportscholen, dagbehandeling. “Ik vond dat ik het zelf moest kunnen. Dat idee zat diep.”
Operaties en complicaties
Uiteindelijk kreeg ze een maagband. Die bleek niet goed te functioneren. Na een nieuw traject volgde tien jaar geleden een maagverkleining. Ze viel zeventig kilo af en kwam voor het eerst onder de honderd kilo.
“Dat was onwerkelijk. Ik herkende mezelf niet meer in de spiegel.”
Het gewichtsverlies bracht nieuwe uitdagingen. “Mensen herkenden me niet. Ik werd anders behandeld. Dat doet iets met je identiteit.”
Daarna volgde een buikwandcorrectie. Die operatie liep uit op meerdere complicaties. “Tussen 2019 en 2021 ben ik vijf keer geopereerd. Wonden sprongen open, ontstekingen, ambulancevervoer. Er waren momenten dat ik dacht: als dit mijn leven is, dan hoeft het niet meer.”
Na langdurig herstel kwam ze opnieuw aan. Inmiddels is ze weer ongeveer dertig kilo zwaarder. Hoeveel precies, weet ze niet. Ze heeft een haat-liefdeverhouding met de weegschaal. “Daar ga ik niet meer op staan”.
Niet zwart-wit
Is ze nu stabiel? “Nee. Ik groei nog steeds. Dat vind ik moeilijk. Maar ik probeer ook te accepteren dat dit mijn werkelijkheid is.”
Ze is kritisch op de gedachte dat obesitas eenvoudig op te lossen is. “Er wordt snel naar medicatie gegrepen. Misschien is dat voor sommigen een goede keuze. Voor mij voelt dat nu niet veilig, gezien alles wat ik heb meegemaakt. Ik denk al snel: wat zullen de bijwerkingen nu of op langere termijn zijn? ”
Volgens Ellis wordt de psychische kant van behandelingen onderschat. “Over haaruitval en vitaminegebrek wordt gesproken. Over wat het met je identiteit doet veel minder.”
Ook ervaringen met zorg waren wisselend. “Een huisarts zei ooit dat doorverwijzen geen zin meer had omdat ik al zoveel had geprobeerd. Ik kwam met een hulpvraag maar ik ging met een probleem weg. Dat kwam hard binnen.”
Levensles
Spijt heeft ze niet. “Ik heb kwaliteit van leven teruggekregen. Ik kan weer zwemmen. Dat kon vroeger niet.”
Zou ze het opnieuw doen? “Waarschijnlijk wel. Maar ik had me beter willen laten informeren.”
“De hele weg die ik heb bewandeld, van mijn geboorte tot nu, is één levensles geweest. Een harde les. Maar hij heeft me gevormd. En ik ben trots op wie ik ben geworden. Dat ik dat nu kan zeggen… dat is voor mij al heel bijzonder.”
“Ik mocht er nooit zijn. Maar ik bén er.”
Wat ze anderen wil meegeven: “Wees eerlijk naar jezelf. En zoek mensen die begrijpen wat je doormaakt. Je hoeft het niet alleen te doen.”
Ellis zet zich inmiddels in voor anderen met obesitas. Niet om advies te geven, maar om te luisteren.
“Ik kan niet toveren. Maar ik kan wel zeggen: ik begrijp je. En soms is dat genoeg.”
